Gerrit Koppedraaijer (1928 - 2009)
Enkhuizen 17 mei 1928 Alkmaar 24 December 2009
Dit is een klein digitaal monument
Vooraf
Op de start pagina staat de uitvaartdienst centraal.
Ook wordt er een impressie van het afscheid gegeven m.b.v. een kleine foto- reportage. De winterse omgeving voor tijdens en na het overlijden van Gerrit. Ook het graf inclusief de steen kunt U hier bekijken.
2 andere pagina's staan in het teken van de "dominee" Gerrit.
1 overdenking om te lezen en 2 radiopraatjes om naar te luisteren.
Verder een korte impressie van de Lutherse geloofstraditie. Een traditie die Gerrit paste als een mooie jas.
Tot slot de pagina "Een jaar geleden".
Daarin een kleine impressie van het eerste jaar zonder Gerrit
Inmiddels is er ook een digitaal monumentje voor Gré
https://grekoppedraaijerdehaan.blogspot.com/
groet,
Reinoud
Liturgie van de dienst 1
ALLEN: DIE HEMEL EN AARDE GEMAAKT HEEFT
Ieder met haar, zijn gedachten rondom Gerrit Koppedraaijer:
Gerrit een vriend, gespreksgenoot, een dierbare naaste of een naaste van iemand dichtbij,
Wij komen tot U en ons hart is verdeeld.
Lieve God, laat ons ervaren dat er iemand is die je vasthoudt in je verdriet en met je mee juicht in gevoelens van dankbaarheid.
ALLEN: AMEN.
Liturgie van de dienst 2
Ik tuur naar verre einder weer,
Naar bergen die daar staan,
Waar komt mijn hulp vandaan?
Mijn hulp komt van mijn God en Heer,
Die alles schiep van waarde,
De hemel en de aarde.
Hij steunt je wankelende voet,
Je wachter die je ziet,
Hij slaapt of sluimert niet.
Hij houdt de wacht, nu en voorgoed.
Je wachter zal niet slapen
Want hij heeft je geschapen.
De Heer houdt over jou de wacht,
Als schaduw aan je zij
Is Hij er altijd bij.
Hij is je helper dag en nacht,
De zon zal je niet steken,
De maan je kracht niet breken
De heer beschermt je in het kwaad,
Je leven in dit land
Rust veilig in zijn hand.
En waar je gaat of waar je staat,
Hij waakt over je leven,
Voor eeuwig, niet voor even.

Lezing uit Mattheus 2: 9 - 12
Zij hoorden de koning aan en reisden weg; en zie, de ster, die zij hadden gezien in het Oosten, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het kind was.
Toen zij de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde. En zij gingen het huis binnen en zagen het kind met Maria, zijn moeder, en zij vielen neer en bewezen hem hulde.
En zij ontsloten hun kostbaarheden en boden hem geschenken aan: goud en wierook en mirre. En van Godswege in een droom gewaarschuwd om niet tot Herodes terug te keren, trokken zij langs een andere weg naar hun land terug.
Korte overweging
Twee Bijbel gedeeltes hoorde u. Een tijdeigen tekst over de wijzen en een die Gré en Gerrit vorig jaar opstuurden tot steun en troost in ziekte naar een dierbare.
Op het eerste gehoor zomaar toevallige teksten. Niet als je de Bijbel ziet als een boek om mee, uit, te leven. Eerder vallen dan dingen op hun plaats.
De tekst van de wijzen. In een droom van Godswege gewaarschuwd om via een andere weg terug te gaan zijn de wijzen ten slotte teruggekeerd. Die koningen, magiërs, wijzen uit het oosten. Hoelang zouden ze onderweg zijn geweest? Lieten zij zich nou echt leiden door die ster? In hoeverre zouden de wijzen zijn opgeroepen door de profeten, zodat je andere betekenis lagen kunt ontdekken, verbindingen kunt leggen, terwijl je je afvraagt waar het op aan komt in dit leven. In deze wereld waarin de ene Herodes de andere afwisselt. Nu hier, dan daar. De wijzen zijn gekomen, hebben gesproken met Herodes, zijn neergeknield bij het kind. Toen was er die droom en zijn ze via een andere weg teruggekeerd. Ze zijn niet gebleven of ergens anders heen gegaan. Ze zijn gekomen waar ze zijn moesten. Ze zijn teruggekeerd. Hoe vaak moetje in je leven wegen afleggen, dezelfde, andere om uiteindelijk thuis uit te komen
Thuis in dat moment waar je zijn moet, bij het kerstkindje, bij de opgestane Here, in het besef van alles wat ademt love de Here, U zij de glorie, niet zomaar een uitroep, maar als insteek voor een thuis in dit leven.
Nu alweer enige jaren geleden maakte ik Gerrit mee o.a. in de bezoekersgroep van de lutherse kerk in Alkmaar. We spraken over van alles en nog wat. Allerlei pastorale thema's passeerden de revue. Bijzonder waren de bijeenkomsten rondom helder zien, over noem het maar paranormale verschijnselen. Gerrit was daarin heel open en het maakte dat anderen ook vrijuit durfden te spreken. Hij had een uitstraling dat sommige mensen zich aan hem optrokken. Een andere keer ging het over wat voor soort Bijbel lees je: een spirituele, een politieke, een letterlijke, een therapeutische Bijbel. Gerrit koos de letterlijke Bijbel om uit te werken voor een dienst daarover. Niet omdat hij een scherpslijper was, maar om dichtbij te komen. Heel dichtbij in de verhalen, in de liturgie om daar doorheen bij gevoelens van dankbaarheid uit te komen. Bij die lof, die U zij de glorie, niet van mensen, noch van zichzelf noch die van anderen, maar -van u zij de glorie, de opgestane Heer in het leven van mensen. En dat kon je delen. Zo betekende hij veel voor allerlei mensen, Misschien dat daar, van dat U zij de glorie, ook een zeker relativeringsvermogen vandaan kwam, waardoor kerkenraadsvergaderingen iets feestelijks kregen en het gemeenteblad, toen nog een en al knip -en plakwerk iets heel eigens had, - bijvoorbeeld.
Waar komt mijn hulp vandaan? Psalm 121. Het is geen vraag, je weet het wel. Gré en Gerrit wisten het samen. Gerrit wist zich omvangen door die hem nabij waren. Zijn lieve vrouw Gré, zijn beide fijne zonen, Reinoud en Erik, de kleinkinderen, familie, zelfs die er niet meer waren, een bijzondere rol speelde zijn overleden zus Lies.
Gerrit wist zich omvangen omringd door hen, familie, vrienden en wie nog meer, kontakten, momenten van samenzijn, waarvan hij uitgebreid kon genieten. Je hoort hem nog praten en lachen. Leven doe je niet alleen. Overleven ook niet. Dan is daar die onmetelijke grootheid van Zijn hulp.
Dat weet je en toch gaat een turen vooraf. Hoe vaak is hij op weg gegaan om die hulp te bevatten, zoekend, allerlei interessante dingen tegenkomend in de theologie bijvoorbeeld.
Telkens weer terugkomend op het station van U zij de glorie en dat betekent: daar mag je blij om zijn, vrolijk van worden, van zingen en spreken.
De wegen zijn in de loop van de jaren veranderd en uiteindelijk kwam Gerrit steeds dichter bij die nieuwe trein, die hem in een droom was verschenen, terwijl hij nog moest toekijken hoe die uit het oog verdween naar een nog meer weids omvangen zijn.
Naar een nieuw, maar wel thuis. Inmiddels is die trein binnengelopen en ja sla je ogen op, turend, hij mocht gaan. Op 24 december is Gerrit opnieuw thuisgekomen. Alles wat ademt love de Here.
Amen.
Orgelspel
Over het leven van Gerrit Koppedraaijer door Reinoud
Mijn vader is een beminnelijke man geweest, die positief en opgewekt in het leven stond. Zijn bulderende lach is en blijft een dierbare herinnering. Het lukte hem aardig om te leven met het principe: “pluk de dag”. Was er een feest dan had hij aandacht voor de borrel. Hij ging dan niet wroetten in wat er was geweest of wat er nog komen kon. Harmonie en gezelligheid, die blijven bij mijn vader horen. In zijn huis was het de afgelopen dagen bij het afscheid nemen, ondanks het verdriet, steeds gezellig.
Als vader stond hij altijd voor je klaar. Maar nooit met een knoet. Ruzie heb ik nooit met hem kunnen krijgen. Dat lag gedeeltelijk aan mij, maar vooral aan hem. Hij was gewoon trots op je. Hij kon slechts een enkele keer zijn “ bezorgdheid” uiten. Hij zag je bovenal als kameraad. Het missen van deze warmte bron maakt deze dag voor mij zo koud.
Mijn vader ik noem hem nu meestal verder Gerrit is geboren op Hemelvaartsdag, 17 mei 1928 in het ziekenhuis in Enkhuizen. Hij was de oudste zoon van Reinder Koppedraaijer en Imkje Broksma. Later werden er nog 2 zusjes geboren: Brechta en Lies.
Na de 3 jarige Mulo wilde hij niet verder leren. Hij begon op maandag 23 augustus 1943 aan een spoor carrière als aspirant lijnassistent. Vrachtbrieven schrijven was zijn eerste taak. Al snel werd hij ingezet als reserve: van kaartjes verkopen tot aan het rangeren van stoomlocomotieven.
Toen Gerrit 15 jaar was vertrok zijn vader naar Duitsland om te gaan werken in de omgeving van Neurenberg. Zijn vader overleed in 1945 op 50 jarige leeftijd aan de gevolgen van een bedrijfsongeval in Amberg. Een vader-zoon relatie (met een mengeling van bewondering en strengheid) werd afgebroken. Gerrit was aan het einde van de oorlog de man in huis.
Gerrit ging in 1949 als dienstplichtig militair naar Indie om deel te nemen aan de grote geschiedenis: Indie behouden voor het vaderland. Toen hij aankwam was de belangrijkste strijd al gestreden. Zijn helden daad beperkte zich tot het gevangen nemen van Soekarno. Daar heeft U nooit iets van gehoord, want het was slechts in zijn droom.
Gerrit was in Indie sergeant. Hij voelde zich een waardeloze sergeant en begreep niet hoe hij dat was geworden. Commanderen zat niet in zijn bloed. Hij voelde zich minderwaardig en eenzaam. Hij had geen contact met zijn collega sergeanten en de soldaten (leeftijdsgenoten) spraken hem aan met U. Waar hij zich maar ongemakkelijk bij voelde. Gelukkig kreeg hij na verloop van tijd een fourier functie. Geen gezeur met gezagsverhoudingen. Hij kon dingen gaan regelen en zorgen dat spullen van A naar B gingen. Waarschijnlijk een heel goede reden dat hij sergeant was geworden.
Gerrit had de kwaliteit om overal en altijd de slaap te kunnen vatten. Op wacht staan slapen, in het Indie van die tijd, moest je echter niet doen. Gerrit werd gedegradeerd. Hij was zijn sergeant strepen kwijt. Als soldaat kreeg hij 2 maanden gevangenisstraf. In de bibliotheek van de gevangenis las hij voor het eerst boeken over theologie en filosofie.
Hij heeft de Indie-tijd ervaren als een groot avontuur. Niet alleen als jonge man ver weg, maar ook voor zijn persoonlijke ontwikkeling. Daar hebben we in augustus nog mooi over kunnen bomen.
Wat hij uit Indië verder meenam was het gevoel van kameraadschap. Hij kwam op 24 december 1950 terug in Nederland. Een dag die hij elk jaar memoreerde. Behalve deze laatste keer. Het was zijn sterfdag. Hij overleed in de vroege morgen van de 24ste december om 2:20.
Het gevoel van kameraadschap werd voortgezet in Enkhuizen. Gerrit maakte deel uit van een groepje vrijgezellen. De groep maakte de stad onveilig. Onveilig met een lach, een harde slappe lach. De groep werd langzaam kleiner. Gerrit was één van de laatste dolende prinsen op het witte paard.
Na terugkomst nam hij de draad op van zijn spoor carrière. Deze maand bleek dat de familie spoor niet meer bestond. De wissels zijn nu onderhoudsvrij. Geen spoormannen die allemaal een aantal wissels met vet insmeren en zo beschermen. Gerrit hoorde nog bij de familie. Wissels in smeren hoorde daar ook bij. Één keer was hij nonchalant en smeerde de wissels in met teer. De wissels zaten 3 dagen vast.
In de gevangenis bibliotheek in Indie was een zaadje gaan kiemen om zo iets als dominee te gaan worden. Gerrit begon voorzichtig als lid van de kerkenraad van de lutherse gemeente van Enkhuizen. Gerrit was hervormd gedoopt, maar begin jaren dertig had zijn vader onenigheid met de leiding van de hervormde gemeente in Enkhuizen gekregen en ging over naar Luthers Enkhuizen. Die beslissing legde de basis voor een ontmoeting die grote gevolgen had voor Gerrit.
In 1955 bezocht hij de Lutherse kerkendag en ontmoete daar een Luthers meisje (jonge vrouw). Hij liet de familie raden met als hint dat haar achternaam een dier was. Ze wisselden adressen uit. Hij schreef een lange brief en na 3 weken kwam er eindelijk antwoord. Er werd een afspraak gemaakt in Amsterdam. De trein van Gerrit had motorpech in Purmerend. Hij was benauwd dat de afspraak in het honderd zou lopen, maar de jonge vrouw had geduldig gewacht. Toen eerder nog uit beleefdheid, maar Gerrit was volhardend. Hij werd uiteindelijk in de gelegenheid gesteld tot het geven van een zoen. De beroemde klik ontstond. Dat zoenen hebben ze tot het laatst toe vol gehouden.
Op 29 mei 1958 zeiden Gerrit Koppedraaijer en Grietje de Haan (oplossing van het dieren vraagstuk) ja tegen elkaar. Ja in Goede tijden en in Slechte tijden. Ze gingen wonen in een huisje in Broekerhaven met een scheve vloer. Hier werden 2 zoons geboren. Ze verhuisden naar een heuse eensgezins woning. In 1964 werd er een 3e kindje geboren. Voldragen, maar dood door een randbloeding. Het verdriet werd voor lange tijd weggestopt.
Gerrit had de studieboeken ter hand genomen om zijn domineesdroom te realiseren. Na een paar jaar werd de officiële weg naar het domineeschap stop gezet en kwam de TV in huis. Er zijn meer mogelijkheden om de wijngaard (onze term voor kerkelijk werk) te onderhouden.
Gerrit was inmiddels stationschef in Bovenkarspel geworden.
Hij had weer de wat ongemakkelijke jas aan met strepen. Strepen om op te staan. In 1968 kwamen er andere tijden bij de NS: de stationschef werd afgeschaft en Gerrit werd verkeersleider in Alkmaar. De ideale baan: geen strepen, maar wel met de verantwoordelijkheid om veel te kunnen en moeten regelen. “Zonder Gerrit ’s wil stond rond Alkmaar heel het NS radarwerk stil.” Gerrit had onregelmatige diensten en kon zijn kwaliteit om overal en altijd de slaap te kunnen vatten goed gebruiken.
In Heerhugowaard zou de woning aan de Lijsterbeslaan ruim 35 jaar lang worden bewoond.
De dag na kerst 1972 overleed zijn jongste zuster Lies 38 jaar jong. Een van de weinige momenten, dat ik mijn vader echt heb zien huilen. Nu is hij zelf de dag voor kerst overleden.
Gerrit werd actief in de hervormde kerk in Heerhugowaard: in dit kerkje. Hier heeft Gerrit menigmaal gestaan. Er werd volop in de wijngaard gewerkt. In de Brink gingen we samen naar het leerhuis. Vele jaren hebben we erover na kunnen praten. Bij mijn vader voelde je de kracht van het geloof. In mijn woorden: Geloof als vertrouwen. Vertrouwen dat God met je mee reist en dat we op die reis nog niet alles weten. Die reis, het zoeken naar dat weten fascineerde hem bovenmatig. Ik heb een heel klein tikje van deze molen mee mogen krijgen.
In 1984 kreeg hij de eremedaille verbonden aan de orde van Oranje-Nassau in goud. Hij was daar trots op. Hij kreeg de medaille voor zijn trouwe dienst bij het spoor (40 jaar) en in de kerk. Hij bezocht stipt de oranje borrel van de burgemeester van Heerhugowaard voor alle “geridderden”. Deze onderscheiding op de rouwkaart vermelden leek hem wel wat. We hebben dat niet gedaan. Te veel ijdelheid is niet goed voor een mens. Maar het is hier nu wel gezegd.
In 1986 kon Gerrit met de VUT. En zoals met zo vele Vutters kreeg hij het druk. Hij werd actief in de Lutherse gemeente in Alkmaar. Hij volgde de Lutherse lekenopleiding. Huisbezoeken werden afgelegd. Bij de plaatselijke radio overdenkingen uitgesproken. Gesprekskringen geleid. Het kerkblaadje vol geschreven. De droom van zijn domineeschap werd gerealiseerd.
Een fanatieke klusser is Gerrit nooit geweest. Hij heeft menig muur, ook bij ons, behangen. Maar toen hij de hamer een keer wilde hanteren heeft hij de steel in de schuur en de kop op zolder gevonden. De reactie van Gerrit was typerend: een bulderende lach. De tuin stond op zijn grondvesten te schudden. De buurman kwam verschrikt naar buiten.
In 1989 stond hij hier op deze plek, als Luthers ouderling bij mijn huwelijk. Een extra reden dat deze hervormde kerk ook in het Lutherse hart van mijn vader een warm plekje kreeg.
Het reizen met de trein is voor Gerrit altijd gratis geweest. In Nederland en Europa. Op één van de eerste vakantiereizen met Gré (de moderne Grietje) kon hij de juiste trein op het juiste moment aan zich voorbij laten gaan. Een reizende spoorwegman moet je niet te veel vertrouwen. Met het gezin gingen we eerst vooral naar de Alpen. Kwamen we langs Neurenberg dan werd zijn vader altijd gememoreerd. Eind jaren tachtig vond hij in het archief in Amberg de informatie over de begraafplaats van zijn vader. 3 kruisen markeerden de plek van het massagraf waar hij lag. Eindelijk kon hij afscheid nemen van zijn vader. Dat heeft hij heel intens gedaan.
Een bijzondere reis was in 1977 met z’n viertjes naar Tsjechoslowakije. We verdwenen even achter het IJzeren Gordijn. Toen de lift in het hotel in Praag kuren kreeg was het hek van de dam. Tot aan de top van het hotel was de lach van Gerrit (en een beetje van Erik en mij) te horen.
De reizen gingen steeds verder. Het vliegtuig werd gepakt en bracht een weerzien met Indie. Ook kwam het genealogie onderzoek in een stroomversnelling. Internet spoorde Amerikaanse koppedryers (koppedrogers) op in Iowa. Het waren afstammelingen van neven van voorvaderen van Gerrit, die rond 1870 naar Amerika waren vertrokken. Er werd contact gelegd per brief. In 2000 vertrok Gerrit naar Amerika. Een reis die grote indruk heeft gemaakt. Vorig jaar was er een tegen bezoek.
Er kwamen klein kinderen. De spoorbaan bij opa boven was voor hen attractie nummer 1. In 1998 werd het 2e kleinkind te vroeg geboren en overleed. Weggestopt verdriet kwam weer boven. Het kindje, zoals ze lang werd genoemd had wel een naam gekregen, maar haar naam werd nu pas consequent uitgesproken: Annemarie.
Wij zijn ongeveer bij de eeuwwisseling en deze foto. Genomen op het huwelijk van Erik en Petra. Het leven lacht Gerrit toe en Gerrit lacht terug. Er zijn nog dingen onbesproken gebleven, zoals het zwembad harem. Een voorbeeld van Gerrit’s zijn plezier in het leven.
Gerrit is blijven lachen. Ook in de jaren, dat het moeilijk werd. Voordat Erik vooral daarover iets zegt een muzikaal intermezzo.
Liefde voor de muziek heeft hij van huis uit niet meegekregen. Hij bouwde een gevarieerd muziek bibliotheekje op met vrolijke Tiroolse hoempapa muziek tot aan zwaardere klassieke muziek van Mahler.
Trots was hij op, ook een beetje zijn Koppedraaijers, die wel muziek kunnen spelen:
Hier is één van hen: Marius
Muziek Marius
Over het leven van Gerrit Koppedraaijer door Erik
Ik sta nu op de plek waar mijn vader in het verleden regelmatig heeft gestaan als ouderling van dienst, als Lutheraan in de Hervormde gemeente. In een kerk waar 40 jaar aan familieherinneringen ligt: naast het ouderlingschap van mijn vader, de zondagsschool en het kerstverhaal van mijn moeder en waar Reinoud en ik met vrienden regelmatig op onze vaste plek linksachter tegen de muur zaten.
Het is fijn dat jullie hier bij zijn afscheid zijn gekomen.
Hij was trots op zijn erfgenamen, zoals hij ons, zijn zonen, altijd gekscherend noemde.
Trots op dat wat we zijn geworden en de keuzes die we maakten, ook al hoefden dat niet altijd zijn keuzes te zijn.
In onze jeugdjaren had hij altijd tijd voor ons: voor bv een spelletje met z’n drieën. We hebben heel wat uurtjes doorgebracht met Risk of bij zijn treintafel op zolder, waarbij we alle vrijheid kregen om er ook alleen mee te spelen. We hebben veel gelachen en Pa lachte altijd het hardst.
In latere jaren hebben we hem weleens een kort college economie gegeven, omdat hij daar wel iets meer over wilde weten. Maar zijn grote interesse en voorliefde lag toch bij de theologie, wat ook is gebleken uit zijn geschetste levensloop.
Ik ben zelf trots op mijn erflater: op de wijze waarop hij zijn leven heeft geleefd en zijn keuzes heef gemaakt, met moeilijke periodes, maar vooral met veel mooie momenten. Maar vooral ook op de wijze hoe hij de laatste jaren met de toenemende gebreken van de ouderdom is omgegaan. Dat heb ik hem te weinig verteld.
Hij kon terugkijken op een mooi en lang leven, een leven dat natuurlijk altijd te kort duurt.
In 2002 ervoer hij voor het eerst echt de ongemakken van het ouder worden, doordat hij werd getroffen door een herseninfarct.
Hij kwam er nog redelijk door heen, maar toch moest hij beperkingen erkennen in onder meer zijn oriëntatievermogen. In de bomenwijk kenden velen hem als de oude man op de damesfiets die fragiel en wankel over straat ging. Velen hielden hun hart vast als hij voorbij fietste.
Het toonde zijn optimisme en hoop dat hij door veel te oefenen weer kon herstellen. Hij was blij met elke verbetering in zijn functioneren. Misschien was hij op dit gebied soms een beetje naïef of eigenwijs.
Mijn ouders begonnen langzaam toe te groeien naar verhuizen naar een kleinere, gelijkvloerse woning. Gerrit zijn lopen werd met de jaren steeds moeizamer, maar een rollator en een stok accepteerde hij zonder te klagen.
In 2007 verhuisden ze naar het Brandpunt in de stad van de Zon. Hij genoot van het uizicht op de wolken en de zon vanuit zijn stoel op de 3e verdieping. Hij hoefde niet meer op vakantie zei hij, want dit was zijn vakantiehuis. Ook toen wou hij nog op de fiets stappen, maar daar is het niet meer van gekomen.
Begin van dit jaar ging zijn gezondheid achteruit en had hij steeds meer zorg nodig.
Een bed in de kamer, de zorg die hem moest wassen en uit bed helpen. Krant of TV interesseerden hem steeds minder. Zijn wereld werd steeds kleiner: van zijn bed naar de stoel en weer terug. Soms met de rollator, soms direct in de rolstoel. Hij sliep erg veel.
In de zomer heb ik een nieuw scheerapparaat voor hem gekocht. De verkoper gaf op het apparaat 1 jaar garantie. Thuis gekomen vroeg ik mijn vader of ik ook 1 jaar garantie op hem had. Het bleek niet zo te zijn.
Ondanks alles bleef hij positief en optimistisch, hopend op herstel. Hij accepteerde alles zonder morren en was blij als zijn familie op bezoek kwam. Met de zorg maakte hij grapjes en onder de douche zat hij te grommen van genot als hij nat werd geschoren. Dat neemt niet weg dat ook hij weleens geïrriteerd was over zijn gebreken, maar dat waren incidenten en gezien zijn toestand kan ik hem dat niet kwalijk nemen.
Op mijn verjaardag in oktober waren we voor het laatst allemaal samen. Hij genoot van onze aanwezigheid en van dat wat er tafel stond: een zoute haring, een broodje zalm en gewoon van een lekkere kop hete thee.
Ook in het ziekenhuis bleef hij positief en hij fleurde op als hij zijn familie aan zijn bed zag.
Vorige week maandag zag en sprak ik hem voor het laatst. Hij had nog trek en ik heb hem eten en drinken gegeven, maar zijn spraak ging moeizaam. Hij viel snel in slaap en of hij alles begreep wat ik zei betwijfelde ik. Ik verliet somber gestemd het ziekenhuis, maar ik dacht nog in weken, misschien een paar maanden. Het werden een paar dagen.
Zelfs vlak voor zijn dood begroette hij de nachtverpleegkundige, met een zwaai, nog opgewekt.
En toen ineens was het over, ook hij had het zelf waarschijnlijk nog niet zo snel verwacht.
Zijn geest had nog graag wat langer bij ons gebleven, maar zijn lichaam functioneerde niet meer en bepaalde het einde.
Hij had geen angst voor de dood en vertrouwde op iets moois hierna, waarvan hij zei dat hij er in zijn dromen al iets van had gezien.
Het sein voor zijn levensspoor staat nu op rood en via een wissel spoort zijn trein verder naar een andere bestemming.
Het is een mooi levensspoor geweest.
Liturgie van de dienst 3

Voorganger: Voorbeden en slotgebed
Heer onze God
Uw naam is :"Ik ben bij U".
Uw naam geldt voor ons leven,onze dood
Uw naam geldt voor daar voorbij.
Voor U brengen wij al onze vragen en klachten
over wat ons overkwam, die laatste zorgen
maar ook de dankzegging voluit,hoe verdrietig ook
Dat doen wij allen die vandaag afsheid nemen
van een mens, die ons lief en dierbaar was
Laat niets verloren gaan aan wat hij ons naliet
aan positieve instelling, opgewektheid,
veelkleurig en intens geloof,
geintresseerdheid.
Wij danken U voor deze beminnelijke mens
Laten wij een moment bidden in stilte.......
Lieve God, wij bidden samen met hen, die hier
terug denken aan wat hen overkwam.
Schrijnend dichtbij, of zover, dat hun verdriet
in een of andere vorm kon rijpen tot aanvaarding.
Wij gedenken voor U allen die op dit moment de dood
onder ogen moeten zien, hun eigen dood of die van een van hun
liefste medemensen.
Wij gedenken voor U allen in deze wereld, die van het leven worden beroofd
door honger en armoede, geweld van oorlog of anderszins
Wij gedenken voor U de eenzamen en vergetenen om wie niemand treurt.
Lieve God, in eerbied en dankbaarheid vertrouwen wij U toe de mens van wie vandaag afscheid nemen: Gerrit Koppedraaijer.
Bij U weten wij ons veilig in goede en kwade dagen, in leven en sterven
Uw naam is :"Ik ben bij U".
O HEER geef onze opgejaagde zielen het heil waarvoor gij zelf ons hebt bestemd
Amen
Iedereen wordt verzocht, voor zover mogelijk, om te gaan staan
Uitgeleide
slotlied: U zij de glorie uit de bundel Tussentijds

Dankwoord door Erik
Mede namens mijn familie wil ik jullie bedanken voor jullie aanwezigheid bij de afscheidsdienst van Gerrit.
Ik wil jullie bedanken voor de belangstelling en reacties in de afgelopen dagen, maar ook voor de belangstelling voor Gerrit zelf in de laatste maanden van zijn leven toen het steeds moeilijker voor hem werd.
Het was de wens van mijn moeder om iedereen in de gelegenheid te stellen om thuis van Gerrit afscheid te nemen. De ontmoeting thuis met velen van jullie heeft haar en ons erg goed gedaan.
Een speciaal woord van dank gaat uit naar de medewerkers van Evean zorg in de Mediaan. Zij hebben dit jaar, naast mijn moeder, de meeste zorg en aandacht gehad voor Gerrit. Hij heeft dit erg gewaardeerd.
Voor mijn moeder breekt een nieuwe periode in haar leven aan: ze is weduwe.
Ik spreek de wens uit dat jullie, met ons, de kinderen, nadat het leven weer zijn gewone gang heeft genomen, contact met haar blijven houden om haar zonodig te steunen in deze nieuwe moeilijke periode voor haar.
Ik weet ook dat ik dit niet hoef te zeggen: met jullie komt dat wel goed.
Nadat we Gerrit hebben begeleid naar zijn laatste rustplaats hopen we jullie te ontmoeten in het ontmoetingscentrum de Brink, achter de kerk.
Aan het graf
Voorganger: enige woorden
ALLEN: Onze Vader
ONZE VADER
Onze vader, die in de hemelen zijt,
uw naam worde geheiligd,
uw rijk kome,
uw wil geschiede,
gelijk in de hemel, alzo ook op aarde;
geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren,
en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van het kwade.
Want van U is het rijk en de kracht
en de heerlijkheid in eeuwigheid.
Amen
Voorganger: Zegenbede
Er is nu gelegenheid tot condoleren in het ontmoetingscentrum “De Brink” naast de kerk.
Lutherroos

De Lutherroos of Lutherzegel is een wereldwijd herkenbaar symbool voor het lutheranisme. Het was oorspronkelijk een persoonlijk zegel ontworpen door Maarten Luther als een uitdrukking van zijn theologie en geloof waarmee hij zijn autorisatie gaf aan zijn correspondentie.
In een brief van 8 juli 1530 aan Justus Jonas beschreef Luther zijn wapen:
"Het eerste zal een kruis zijn - zwart - in een hart, dat zijn natuurlijke kleur heeft. Omdat men zo van het hart gelooft, dat het gerechtvaardigd wordt.
Zo'n hart zal midden in een witte roos staan, teken, dat het geloof vreugde, troost en vrede geeft. Daarom zal de roos wit en niet rood zijn; de witte kleur is van de Geest en van alle engelen de kleur. Zo'n roos staat in een hemelsblauw veld, omdat zulke vreugde in Geest en geloof het begin is van de toekomstige hemelse vreugde. En om zo'n veld een gouden ring, omdat zo'n zaligheid in de hemel eeuwig is en geen einde kent en kostbaarder is, dan alle vreugde en goederen, zoals goud de edelste en kostbaarste erts is."

