Dit is een klein digitaal monument

Dit is een klein digitaal monument

Een jaar geleden




24 april 2010: De buurman is jarig. Vorig jaar op zijn verjaardag was mijn moeder 's middags uit het ziekenhuis ontslagen. De ziekte van mijn vader kwam ter sprake. Zijn vader was overleden aan vaceculaire dementie. Een ongemerkte voorbereiding op de dingen die gingen komen. De volgende dag gingen we naar Italie. Toen we terug kwamen stond het ziekenhuisbed in de kamer van mijn ouders. Precies 8 maanden later was mijn vader overleden aan vaceculaire dementie. De eerste reminder dat de tijd snel blijft gaan.

17 mei 2010: Gerrit's eerste verjaardag bij zijn graf gevierd.Vorig jaar was het onzeker of hij zijn verjaardag zou mogen vieren. Toen hebben we dat wel kunnen doen. De achtbaan van goede en slechte dagen die in mei was begonnen eindigde uiteindelijk op 24 december.

De vlag gaat op deze dag uit. Voor Maxima natuurlijk, maar Gerrit had er plezier in om zich de vlag een beetje toe te eigenen. Olijk, naïef en tikkeltje ijdel. Nu is elk jaar op 17 mei Gerrit nog een stukje dichterbij door deze vlag. De vlag van Maxima is voor mij de vlag van Gerrit. Ik groet elke vlag met een glimlach.


16 juli 2010:Met de trein op weg naar Hongarije. We naderen Nurnberg. Ik memoreer dat mijn vader altijd memoreerde dat zijn vader in de oorlog op het station van Nurnberg bij de post heeft gewerkt. Er wordt vriendelijk geknikt. We zijn al heel wat uren onderweg en nog niet op de helft. Ik vervolg het luisteren van mijn MP3 in random stand. In Nurnberg aangekomen, staat de MP3 op de begrafenisdienst van mijn vader. Ik luister hem helemaal af. Pink een traan weg. Als de dienst is afgelopen naderen we Munchen. Tijd om over te stappen op de nachttrein. De vakantie heeft even een diepere lading gekregen.

22 augustus 2010:
De 1ste begrafenis na Pa. Bij het graf van oom Wim werden deze oude woorden gesproken:

De dood is niets

De dood is niets.
Ik ben maar aan de andere kant.
Ik ben mijzelf,
Jij bent jezelf.
Wat we waren voor elkaar,
zijn we nog altijd.

Noem me zoals je me steeds genoemd hebt.
Spreek tegen mij zoals weleer,
op dezelfde toon,
niet plechtig, niet triest.

Lach om wat ons samen heeft doen lachen,
bid, glimlach,
denk aan mij, bid met mij.

Spreek mijn naam uit thuis
zoals je altijd gedaan hebt,
zonder hem te benadrukken,
zonder zweem van droefheid.

Het leven is wat het altijd is geweest,
de draad is niet gebroken.
Waarom zou ik uit je gedachten zijn?
Omdat je me niet neer ziet?

Nee, ik ben niet ver,
juist aan de andere kant van de weg.
Zie je, alles is goed.
Je zult mijn hart opnieuw ontdekken
en er de tederheid terugvinden,
zuiverder dan ooit.
Dus, droog je tranen
en ween niet als je van me houdt.

Toegeschreven aan Augustinus
04 september:Mijn moeder en ik gaan naar het graf. Na enige tijd pak ik mijn MP3 en een klein speakertje. Wij luisteren naar de stem van Pa. De "dominee" met één van zijn overdenkingen. Zo dicht bij en toch zo ver weg. In de Brink viert een bekende uit Hervormde kerk zijn 89ste verjaardag. Weer even terug in de zaal van de condoleance. Dit zijn de mooie tastbare herinneringen.

7 november:



Gerrit was de meneer van de kerk van de Hervormden en van de Lutheranen. Hij is aan het einde van het kerkelijk jaar dan ook herdacht in de 2 kerken. Op 7 november werd zij naam genoemd in de Hervormde kerk. Erik ontstak de kaars. Dit steentje lag bij de kaars.

Op 28 november werd in de Lutherse kerk in Alkmaar zijn naam genoemd. Gré liet de naam "Gerrit" in de kerk krachtig klinken. Reinoud stak de kaars aan. Ook werd het gezang 21 "Alles wat adem heeft love de Here" (niet toevallig) gezongen.

27 november:
Ik lees opnieuw in het boek "Van het westelijk front geen nieuws" van Erich Maria Remarque. Vorig jaar las ik de onderstaande passage. Gefascineerd vertelde ik het aan Arnold. De volgende dag bij Pa op bezoek vertelde ik dit. Zijn reactie is mij zeer dierbaar: Zijn vader las Gerrit voor uit dat boek. Vier generaties waren even met elkaar verbonden. Die verbinding ervaren ontroert mij tot op de dag van vandaag.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Onze ploeg vormde de spits van de rij voor de veldkeuken. Wij begonnen ongeduldig te worden want die onnozele hals van een keukenbaas stond nog altijd te wachten. Katczinsky was het zat en riep tegen hem:”Hé, maak eindelijk je soeptent eens open, Heinrich! Je kunt toch zien dat de bonen gaar zijn.” Maar hij schudde sloom zijn hoofd: “Jullie moeten er eerst allemaal zijn.” Tjaden grijnsde: “Wij zijn er toch allemaal.”

De onderofficier had nog steeds niets in de gaten. “Dat zou je wel willen. Waar is de rest dan?” “Daar hoef jij vandaag niet voor te zorgen. Die liggen in het veldhospitaal of onder de grond.” De keukenpeer was totaal van zijn stuk gebracht toen hij de feiten hoorde. Hij aarzelde. “Maar ik heb voor 150 man gekookt.”

Kropp porde hem in zijn ribben. “Dan krijgen we eindelijk onze buik eens vol. Hopla, begin!” Opeens ging Tjaden een licht op. Zijn spitse muizesnoet begon te glimmen, zijn ogen werden klein van slimmigheid, zijn wangen trilden en hij deed een stap naar voren: “Man, dan heb je dus ook voor 150 man brood gekregen?” De onderofficier knikte beduust en afwezig. Tjaden trok hem aan zijn jasje. “En ook worst?” Het tomatenhoofd knikte weer. Tjadens kaken beefden. “Tabak ook?” “Ja, alles. ”Tjaden keek stralend om zich heen. “Allemachtig, is dat even boffen! Dat is dus allemaal voor ons. Dan krijgt iedereen - wacht eens even – waarachtig, precies het dubbele rantsoen.”

Maar nu kwam de tomaat weer tot leven en verklaarde: “Dat gaat zo maar niet!” Wij kregen er lol in en drongen naar voren. “Waarom gaat dat niet, bietekop?” vroeg Katczinsky. “Wat voot 150 man bedoeld is, dat kan ik toch niet aan 80 man gaan uitdelen!”


------------------------------------------------------------------------------------------------------------
11 december:
Gré moet voor een hartcatheterisatie naar het ziekenhuis in Alkmaar. Uiteindelijk moet ze een nachtje blijven. De volgende dag ga ik haar met Erik ophalen. We reizen samen met de auto naar Alkmaar: zoals ook in die vroege ochtend van de 24ste december 2009. Uit de lift op de 2e verdieping van het ziekenhuis gingen we de 24ste naar rechts voor Pa. Nu moeten we links.

13 december:

Samen met Marius de kerstboom bij oma opgezet. Vorig jaar op 3e advent deed ik dat ook. Gerrit kreeg een koude koorts aanval en werd naar het ziekenhuis gebracht. Het begin van het laatste stukje van Gerrit's reis op deze aarde.

24 december:

Een jaar geleden. De sneeuw zorgt voor vertrouwde rustige sfeer. Voor het eerst in 110 jaar is er 2x achter elkaar een witte kerst. Juist nu. Wat mooi.

De tijd gaat snel. Nog even en we tellen in jaren. Gerrit is verder weg dan ooit, maar ook nog nooit zo dicht bij geweest.