Dit is een klein digitaal monument

Dit is een klein digitaal monument

Gerrit op Witte Donderdag 2001

WITTE DONDERDAG 12 APRIL 2001 in de BRINK
Beste mensen,

Volgens de kerkelijke kalender zijn we nu in de Stille of ook genoemd de Goede week. De laatste van de 40-dagentijd. De week waarin het lijden van Jezus tot uitdrukking komt. Deze begon op Palmzondag. Jezus hield intocht in Jeruzalem en had zich daartoe een ezel uitgezocht. Zo betrad de Zoon uit het geslacht van David de stad Davids. Terwijl de voorbereidingen voor het Pesach in volle gang waren komt Jezus naar Jeruzalem. Het volk nam palmtakken van de bomen en gingen uit Hem tegemoet. Hij wordt begroet met:"Hosanna”. Dat is: Geef nu bevrijding o, Heer. Een smeekbede en een jubelkreet: “Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer”. Het was een dag van vreugde.

Deze week staat in het teken van het grote lijden: vandaag, morgen en overmorgen. Vandaag is het Witte Donderdag. Jezus heeft maaltijd gehouden met zijn discipelen. Maaltijd houden heeft in het Jodendom zowel op de Sabbat als op deze Seideravond een bijzondere betekenis. Het is het hoogtepunt van Pesach. Een feestelijke tafel met o.a. matzes en de wijn, die rondgaat. Er worden psalmen gezongen, vooral bedevaartpsalmen. Jezus nam bij deze maaltijd het brood: “neemt en eet dit is mijn lichaam”, nam de beker: “neemt en drinkt allen hieruit,dit is mijn bloed”. Doe dit tot mijn gedachtenis. Sinds dien zegt de kerk deze woorden na bij de viering van Eucharistie en Avondmaal.

Daarna gaan zij op weg naar de hof van Getsemané, aan de voet van de Olijfberg. Daar bidt hij, alleen, om de beker van hem weg te nemen, de beker van de dood. Is het lijden van Jezus te vergelijken met het lijden van ons mensen?. Door ziekte, honger, door dictators?

De eerst reactie van mensen op lijden van zichzelf of van anderen is: Hier moet iets aan gedaan worden. Het lijden doet een appel op ons. Er zijn vele mogelijkheden om het lijden te lijf te gaan, hoewel er wel grenzen zijn. Dat we iets proberen te doen aan het lijden geeft troost. Het lijden raakt de mensen altijd op een dieper niveau. Het is een raadsel, een geheim, een bedreiging. Het is ongrijpbaar en ook onbegrijpbaar. Jezus drinkt de beker van het offer, terwijl hij ons de beker aanreikt van het nieuwe verbond. Hij was de krachtige, de zelfbewuste, had woorden van een bijzondere betekenis. En velen verwonderden zich over zijn woorden. Hij, Jezus, vlees van ons vlees; bloed van ons bloed, betreedt de Via Dolorosa. Staat op laten wij gaan. Het grote lijden begint. Lijden zondermeer voert de mens in een isolement. Voor Jezus was het een groot isolement. Riep men eerder: Hosanna en “Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer”, nu lijkt iedereen te zwijgen.

Niemand zal voor Hem opkomen. Zoals Hij daar staat voor het Sanhedrin en later voor Pilatus. Niemand steekt een vinger uit. Zelfs Petrus verraadt Hem.

“Zijt Gij de zoon van God?” “Gij hebt het gezegd: Ik ben het.” En Pilatus:”Zijt gij de Koning der Joden?” “Gij zegt het.”

En toen zij aan de plaats gekomen waren, die Schedel genoemd wordt kruisigden zij Hem daar waren ook de misdadigers,de ene aan zijn rechterzijde en de ander aan zijn linkerzijde. Wat is hier belangrijk aan? Kruisigen was in, Jezus dagen een “normale" straf voor slaven en misdadigers. Zeer velen hebben onder hevige pijnen deze straf ondergaan. Maar dit was Rabbi Jezus. Hij was een doorn in het oog van de Joodse leiders. Hij had een volstrekt eigen mening. Er was al vaker een reden gezocht om hem te doden. Hij verkondigde het Rijk Gods: “Bekeert u want het Rijk is nabijgekomen.”

Voor velen 's Jezus een inspirerend voorbeeld. Hij was in ieder geval gericht op de heel wording van de mens. Hij had oog voor de verschoppelingen en de verachten. Doorbrak hun isolement en stelde hen in staat weer deel te worden van de gemeenschap. Hij zag ze aan als de mens die zij ten diepste waren.

Hij heeft ook het menselijke bestaan gedeeld in al zijn kwetsbaarheid, Van hulpeloze baby tot de pijn en de eenzaamheid ten einde toe. Hij heeft de menselijke ervaring tot sterven en dood zelf gehad. De eenzaamheid, de godverlatenheid, zijn roep vanaf het kruis: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?”

Daarin kwam tot uitdrukking de uitzichtloosheid, de hulpbehoevendheid, de martelende pijnen. Hij neemt het kruis op zich en onderging een wrede dood. Door zijn kruis wordt een ding duidelijk: dat God het lijden niet opheft. Het lijden blijft in deze wereld iets absurds houden. Maar God is in ons lijden wel present, zoals een moeder present is in het leven van haar kind. Doroté Sölle, een Duitse theologe, zei eens dat God geen andere handen heeft dan onze handen. God steekt ons een hand toe in ons lijden, in het kruis. Het blijft iets dat tegen de wil van God ingaat.

Na het sterven van Jezus, de begrafenis volgt de stilte van het graf. Er was een steen, Romeinse wachtposten. De dichter van psalm 16 heeft het over het graf: “Want Gij geeft mijn ziel niet prijs aan het dodenrijk, wel laat gij uw gunstgenoot de groeve zien. De dichter weet dat het heil zich verder zal uitstrekken dan dit aardse bestaan.

Vanuit het graf van Jezus komt de verrijzenis. Het graf is leeg geworden. Het opstandingsverhaal moet ons zeer lief zijn. Het is nog steeds het hart van het christelijke geloof.

Pasen: Vieren, dat er door het einde heen een nieuw begin mogelijk is. Maar dat verhaal is voor de Paasmorgen.

Gerrit Koppedraaijer